MAKERS Julieta Aguinaco en Sarah Demoen

Julieta Aguinaco en Sarah Demoen ontmoetten elkaar in 2013 op het Dutch Art Institute-programma aan de ArtEZ in Arnhem en werken sindsdien samen. In haar autonome praktijk richt Julieta zich op non-lineariteit, waarbij ze zich de vraag stelt wat de positie is van dingen die buiten het dominante betekenissysteem van de westerse kennisproductie vallen. Sarah richt zich op de geschiedenis van verzet en het op alternatieve manieren nadenken over instellingen en instituties. De combinatie van hun respectievelijke onderzoekspraktijken ontwikkelt zich in een dynamisch en kritische dialoog die vorm krijgt in tekst, performance en video. In een continue uitwisseling stellen Julieta en Sarah vragen aan elkaar en aan de wereld, waarbij het onderzoeksproces zelf centraal staat. Ze nemen rollen aan: als Julieta de kunstenaar is, speelt Sarah de anti-kunstenaar; als Julieta naar zichtbaarheid zoekt, zoekt Sarah naar de verlaten plekken die buiten het gezichtsveld van de aandachtseconomie vallen. Ze gebruiken poëtica en fictie om de lineaire wereld, met zijn zogenaamde feiten en geschiedenissen, te bevragen. Een van de vragen die in het werk van Julieta en Sarah centraal staat, is: hoe kunnen we iets benoemen of kennen zonder dat ding te ontmantelen of vernietigen? In hun eerdere werken bespraken Julieta en Sarah de woestijn als landschap en de invloed van buitenlandse projectontwikkeling, en of representatie als een vorm van kolonisatie kan worden gezien.

Het werk is gebaseerd op de boottocht die schrijver John Steinbeck en marinebioloog Ed Ricketts vanuit de Verenigde Staten ondernamen naar de Mexicaanse Golf van Californië om zeedieren te verzamelen en te indexeren, beschreven in het boek: The Log From the Sea of Cortez. Hun verhalen spreken van een prachtig, onaangeroerd landschap met een enorme diversiteit aan zeeleven, maar er valt ook een ondertoon van morele superioriteit te bespeuren. Deze westerse mannen komen niet alleen – ongevraagd – het zeeleven in de baai categoriseren en organiseren volgens een willekeurige methode van graaien, plukken, doden en potten, hun houding tegenover de oorspronkelijke bewoners is er een van dedain.

Vandaag is het zuiden van het schiereiland compleet verwoest door een exorbitante toeristische industrie, waarvan het exotische Los Cabos als spring break locatie het bekendst is. Verder is het rauwe woestijnlandschap populair bij vermogende mensen op zoek naar een buitenverblijf.

Sarah en Julieta gebruikten de locaties van het boek als leidraad om dezelfde plekken te bezoeken als Steinbeck en Ricketts, zo’n 80 jaar later. Hun tocht verliep echter over land, met de auto. De focus lag niet op het verzamelen van zeedieren, maar op het documenteren van de verschillende ‘mensachtigen’ en hun drang om dat te bezitten (en te vernietigen) wat eens een moeilijk te exploiteren woestijnlandschap was. Deze contemporaine exploitatiedrang verschilt in essentie niet zoveel van het – geromantiseerde – verlangen dat Ricketts en Steinbeck voelden om het zeeleven te ontginnen. En ook niet van de claims die ij, eveneens ongevraagd, via de kunst, maakten om de verhalen en de problematiek van de regio te bespreken. De tekst en de lecture-performance die hieruit voortvloeiden zullen ze verder ontwikkelen tijdens hun residentie in Het Huis.