INHOUD De sector moet zich opnieuw uitvinden

Directeur Cobie de Vos werd voor het magazine #2 van CultuurOntwerp geinterviewd over haar visie op Kansen voor innovatie.

Hieronder een deel uit het artikel:

Wat is de grootste verandering bij Het Huis van de afgelopen jaren?

Dat we faciliterend werken: naar kunstenaars, naar verhuurpartijen en naar de klant die binnenloopt voor een goede kop koffie. Faciliteren betekent voor ons ook naar buiten kijken, kansen pakken, problemen signaleren en daarmee programma maken of het debat starten. We noemen onszelf een wendbaar instituut en ik denk dat hier onze grootste kracht zit: we houden ons niet krampachtig vast maar bewegen vanuit onze visie mee met de ontwikkelingen.

Waar ben je het meest trots op dat is gelukt?

Ik ben enorm trots op het team van mensen dat wij aan ons hebben kunnen verbinden. Een groep medewerkers waarmee we echt grote stappen vooruit (kunnen) zetten. Die durven, initiatieven nemen en ook soms durven falen. Ik denk dat je zo’n groep mensen om je heen nodig hebt om te kunnen groeien en te kunnen worden wat we nu zijn: een unieke plek in Nederland waar we steeds een paar jaar voor de nieuwe ontwikkelingen uitlopen omdat we altijd nieuwsgierig blijven.

Waar droom je van?

Ik droom van veel dingen. Een paar dan:

We zijn nu bezig met de oprichting van een Makerfonds om kunstenaars in ontwikkeling nog beter te kunnen faciliteren in budget en middelen. We hopen dit fonds op 1 januari 2018 te lanceren. Het is mijn droom dat het bedrijfsleven met ons dit fonds omarmt waarmee dit kan uitgroeien tot een fonds waar talentontwikkeling in de breedte samenkomt en wordt ondersteund.

Verder zou ik het fantastisch vinden als de sector zich opnieuw durft uit te vinden, de deuren durft open te zetten en dan te kijken wat er gebeurt. Ik geloof dat we voor een enorme verandering staan en dat we hierin heel snel zelf de regie moeten gaan pakken. De discussie afname-aanbod is namelijk een oude discussie. We moeten naar al die theatergebouwen in het land gaan kijken, daar de deuren openzetten en durven hervormen. Ik geloof heel erg dat dit de gemeenschapshuizen van de toekomst kunnen worden met veel ruimte voor de kunsten. Niet uit regulering maar vanuit vraag en ontmoeting.

Waar liep je tegenaan in het vernieuwingsproces?

Met name dat overheden ons heel stoer vonden, veel waardering hadden voor onze poging maar geen mogelijkheden om ons financieel te ondersteunen. Er is veel geschreven over ondernemerschap en maatschappelijke verankering maar geen enkele overheid heeft hier zelf een goede definitie oplos gelaten en hier ondersteunend beleid op gevoerd.  Hierdoor vielen we in de eerste jaren ook bijna van de radar. Men kon ons niet meer in een hokje plaatsen.

Hoe heb je het toch voor elkaar gekregen?

Door in ons zelf te blijven geloven en met iedereen in gesprek te blijven. De problematiek van de Amsterdamsestraatweg (o de hoek van Het Huis) heeft ons enorm geholpen. Een slechte straat vraagt om oplossingen en impulsen. Wij vroegen drie kunstenaars naar de straat te kijken en vanuit de kracht van hun werk hierop te reageren. De bijdrage vanuit het fonds The Art of Impact heeft ons hierin (mede gesteund door Stichting Doen en VSB Fonds) vleugels gegeven.

Verder kan je gelukkig ook veel betekenen voor makers door tijd te maken om in gesprek te gaan. Die meerwaarde van Het Huis moet niet onderschat worden. Wij zijn op dit moment het enige huis wat hier zoveel energie in stopt en letterlijk voor iedereen de deuren openzet.

 

 

 

REAGEER