INHOUD Dansen op locatie in Egypte

Choreograaf Arno Schuitemaker, onlangs nog in residentie bij Het Huis Utrecht, schrijft over zijn ervaringen in Egypte.

“Luid gejoel als de vier makers na afloop van de laatste voorstelling op het dak van een voormalig theater voor het aanwezige publiek buigen. Mohamed Fouad sloot de wandeling van ruim een uur af. Een wandeling langs vier bijzondere locaties die het publiek door het centrum van Alexandrië maakte. Op ieder van de locaties had een van de vier Egyptische choreograaf een korte solo gemaakt. De achtergronden van de vier choreografen waren totaal verschillend. Mohamed Fouad was het meest ervaren, maar voor Fatma Mosleh en Shahd El Khattabi was het de eerste keer dat ze iets maakten.

Egypte is een land zonder dansopleiding. Het enige dat er is, is een tweejarig workshopprogramma in Caïro. Eén van de vier, Ahmed El Gendy, heeft dit programma gevolgd. Na voorheen buitenlandse groepen voor het festival uitgenodigd te hebben, koos het Nassim El Raqs festival (“a breeze of dance”) er dit jaar voor om lokale makers een mogelijkheid te geven om een solo op locatie te maken tijdens het 4SOLOS project. Het festival, dat zich richt op dans op locatie, werd dit jaar voor de vierde maal georganiseerd door Centre Rézodanse Egypte. Lucien Arino, de artistiek leider, had mij uitgenodigd de vier makers tijdens het maken van de solos als coach te begeleiden. We spraken over hun inspiratiebronnen, kozen hun locaties, onderzochten over hoe je je tot een locatie, de omgeving en het publiek kunt verhouden en hoe je verbindingen tussen alles kunt maken.

Het was onontkoombaar dat het in de gesprekken met hen ook gingen over de intense ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar in Egypte, over de positie van de vrouw in de samenleving, over toekomstperspectieven en over de Egyptische mentaliteit. Een mentaliteit vol contrasten. In een land dat geen moderne danscultuur heeft zou je niet verwachten dat bewoners van en nabij de locaties van de vier makers zo gastvrij zouden zijn. Er werd voortdurend thee aangeboden, er werden tafeltjes neergezet om aan te werken en de bewoners maakten uit zichzelf de locaties schoon.

Maar met de gastvrijheid kon het ook ineens voorbij zijn: vier uur voor de eerste voorstelling kreeg Fatma te horen dat ze toch niet welkom was op haar locatie: “We willen hier geen problemen”, liet een bewoner haar onomwonden weten toen zij nog een keer een doorloop wilde doen. Iets wat Ahmed een paar dagen eerder ook overkwam. Welke problemen er zouden zijn, bleef een raadsel. Opnieuw liep ik met Fatma door de bloedhete en stoffige straten op zoek naar een alternatief. Als geluk bij een ongeluk vonden we een locatie die misschien nog beter was voor haar solo dan de vorige. In een klein gangetje stond het publiek dicht op elkaar en danste Fatma tussen hen in haar solo die geïnspireerd was op haar eigen verleden.

Daarvoor stond het publiek ook letterlijk in de locatie tijdens de solo van Ahmed, een plek waar tot voorkort nog een huis stond en bij aanraking stenen vielen uit de muren. Moedig stelde hij zijn lichaam bloot aan deze rauwe plek. Bij Shahd, waar het publiek op een binnenplaats de eerste van de vier solos zag en vanaf een balkon naar beneden keek, hingen iedere keer dat zij haar solo liet zien tientallen Egyptenaren uit de ramen die eveneens van bovenaf meekeken. Het maakte een mooi contrast met de laatste solo, die live werd begeleid door een vioolspeler, waarbij het publiek niet alleen naar de op het dak dansende Fouad keek, maar er een gratis uitzicht over heel Alexandrië bij kreeg. De diversiteit en ongedwongenheid van de vier korte solos en de abstractie van de persoonlijke bewegingstalen op de indrukwekkende locaties maakten de ervaring tot iets magisch in een tegelijkertijd nog steeds turbulent land.”

 

REAGEER