INHOUD Collateral Damage van het systeem getoond door mieren

Waarom maakt een kunstenaar kijkdozen van de brandhaarden op aarde om die vervolgens te laten bewonen door mieren? In drie programma’s kwamen verschillende aspecten van de nieuwe installatie Homo desperatus van Dries Verhoeven aan bod. Wat wil hij eigenlijk zeggen met deze ‘apocalyptische kijkdozen’? De brandhaarden van de wereld worden door een team van maquettebouwers in gipsen modellen gegoten. Deze kijkdozen van sloppenwijken tot coltanmijnen zullen uiteindelijk worden bevolkt door mierenkolonies.

Wat is de colleteral damage van het systeem waarin we leven, dat wil Verhoeven bevragen in deze expositie van menselijk leed. Door de mens te vervangen door de mier kunnen we vanuit vogelperspectief over de tentoongestelde ellende zweven. Zo letten we niet op het individu maar zien we de collectieve schade.

Op de eerste avond stond de kunstenaar zelf centraal, wie is Dries Verhoeven en hoe verhoudt dit project zich tot zijn voorgaande werk? Robbert van Heuven interviewde Verhoeven die zijn werk illustreerde aan de hand van beeldmateriaal. Vanuit het theater lijkt hij zich steeds meer naar de museale wereld te bewegen. De theaterstoel begon namelijk te jeuken, waarom zetten regisseurs publiek altijd weer een voorstelling van twee uur voor terwijl het sterke beeld en gevoel ook in een kwartier te vervatten is. Of beter nog; trek de beelden uit de zwarte doos. Daarbij is kijken naar de ander een terugkerend thema geworden in het werk van Verhoeven; in Ceci n’est pas … was dat een heel intiem beeld uit de taboesfeer (bijvoorbeeld een man met kind op schoot in ondergoed) in Homo desperatus is dat een uitgezoomd beeld op menselijk lijden.

Dit kijken naar het leed van de ander kwam in de tweede avond ruimer aan bod. Framing gebeurt altijd en zeker als het gaat om armoede en menselijk leed. Een panel bestaande uit Jan Eikelboom, oorlogsverslaggever van Nieuwsuur, Tabitha Gerrets, oprichter van ID-leaks, en natuurlijk Verhoeven zelf ging in gesprek over de manier waarop we omgaan met beelden van ellende op de wereld. Spannend werd het na een fragment van de documentaire Enjoy Poverty van Renzo Martens waarin wordt gesteld dat wij in het Westen verdienen aan de armoede in Congo. De marketing van leed wordt aan de kaak gesteld. Wanneer Eikelboom erop wijst dat de film op een zeer westerse manier problematiseert waar de Congolees niets aan heeft is Verhoeven verbaasd. Verhoeven is cynisch over de manier waarop beeldvorming tot stand komt, mede door de journalistiek, en vindt dat een verslaggever niet naar Damascus gevlogen hoeft te worden om voor een ingestort gebouw verslag uit te brengen, als hij deze informatie ook van internet kan halen. Eikelboom licht toe dat oorlogsverslaggeving meer voeten in de aarde heeft dan een fotogeniek achtergrondbeeld. Het leverde een levendige discussie op waarin het publiek van het ene op het andere been gezet werd en drie verschillende perspectieven te horen kreeg. Het laatste woord was aan het publiek en daarin staken een aantal mensen de hand in eigen boezem, de verantwoordelijkheid voor beeldvorming ligt ook aan een kritische houding van de ontvanger.

Op 6 Mei was het tijd voor iets heel anders, de acteur in de kijkdozen van Verhoeven: De mier. Tussen de vergevorderde maquettes kregen we biologieles. Mierenexpert Marlène Heunen vertelde over de verschillende mierensoorten en vooral over de werking van de mierenmaatschappij. Mieren werken als onderdeel van een groter geheel en dit functioneert door allerlei chemische geurstoffen. Zo is er een mierensoort waarvan een deel van de kolonie ontploft wanneer ze in aanraking komen met onbekende geurstoffen van een andere mierenkolonie. Mieren zullen alles op het spel zetten voor het overleven van de kolonie, alleen de koningin is belangrijk, alle anderen leven voor het collectief.

Nieuwsgierig naar het proces? Of naar het eindresultaat; kijk op deze blog voor meer informatie:

 

 

 

 

REAGEER