INHOUD Anne

Onze collega Yentl van Stokkum schreef voor de Orde van de Dag een prachtige tekst over Anne en de weken die achter ons liggen:

Voordat Anne Faber van iedereen was, was ze een van mijn collega’s.

Ze was het meisje dat ons teamuitje organiseerde.

Dat in slaap viel toen we drie uur met de bus in de file stonden.

Dat de telefoon opnam wanneer we vanaf de bar naar kantoor belden.

Ze hield van cappuccino’s.

Mijn collega’s hebben in de bossen gelopen met stokken.

Weer een dag en weer niemand gevonden.

Weer een dag en weer geen Anne.

We kregen iedere ochtend een update over wel of geen spoor.

Een fiets in het water.

Een jas in het bos.

Een tas verderop.

Donderdag kwam een einde aan twee weken slecht slapen.

Aan twee weken elke dag, elk uur, twintig keer op de telefoon kijken.

Aan twee weken adem inhouden.

Aan twee weken knoop in de maag.

Aan tandartsen die, terwijl ze hun handen in je mond hebben, zeggen te hebben gehoord dat ze depressief was.

Aan mijn moeder die vraagt of ik een persoonlijk alarm wil voor op de fiets, zo’n knop waar je op drukt die een hels geluid maakt.

Ze geven tegenwoordig ook licht, zegt ze.

Na het telefoontje op donderdag weet ik niet waar ik mezelf moet laten.

Ik kan een sigaret opsteken, dus dat doe ik.

Ik kan hyperventileren, dus dat doe ik.

Ik kan niet naar mijn werk fietsen.

Ik moet met de bus en de bus gaat langzaam.
Ik stap een halte te vroeg uit omdat ik denk dat ik sneller kan lopen dan de bus rijdt en elke stap is een stap die echt gezet moet worden.

Op mijn werk zitten mijn collega’s.

Onze trauma psycholoog zegt dat je voor verdriet energie nodig hebt en dat we goed moet eten.

Onze traumapsycholoog heet Bert.

We noemen hem traumaBert omdat we ergens lucht vandaan moeten halen.

Vlak voordat de burgemeester ons komt condoleren praat ik over een incident waarbij een chihuahua door de lucht werd geslingerd en een vrouw is ingesmeerd met chihuahua-poep.

Er is ook nog ander nieuws vandaag, zeg ik.

Een collega zegt dat dacht dat ze hier beter in zou zijn, in rouwen.

Niet dat iemand hier echt goed in wil zijn.

Ik ben nog nooit zo dicht bij het nieuws geweest en het kan me gestolen worden.

Gisteravond durfde ik niet voor mijn deur te roken.

Toen ik vanmorgen hierheen fietste, zocht ik nog steeds naar Anne op straat.

Yentl van Stokkum

 

REAGEER